Tim Vanheers is ‘sherpa voor creatievelingen’. En nee, dat heeft niks met klimmen of sport te maken. Al lijkt hij niet vies van een spagaat meer of minder. Want hoe noem je anders zijn verrassende overstap van de reclame naar de overheid? Of zijn tweede ‘move’ van de overheid naar de kunstwereld?

“Ik voel mij echt een zondagskind”, fluistert Tim ons toe als het interview erop zit. Nochtans leest zijn cv niet als een verhaal van puur toeval of geluk. Tim heeft kansen gezien, gegrepen, en soms ook gewoonweg afgedwongen. “Maar altijd op een beleefde manier”, grinnikt hij. En ook: met veel warmte en respect voor de bijzondere mensen die zijn pad kruisten, zo blijkt.

_MG_9047
WIE IS TIM VANHEERS? 35  jaar | vroeger: accountmanager in de reclame en communicatie-expert aan de overheid | nu: sherpa voor creatievelingen in zijn eigen zaak Tenzing Wilson | diploma’s: Germaanse talen, marketingmanagement | woont samen met zijn vriend Tim | Uitvalsbasis: Gent (BE)
Wat doet een ‘sherpa voor creatievelingen’, Tim?

Zoals een sherpa bergbeklimmers begeleidt naar de top, zo ondersteun ik mensen in de creatieve industrie: kunstenaars, architecten, modeontwerpers, … Ik organiseer en communiceer voor hen zodat zij zich volop op hun werk kunnen focussen, en ik ben hun klankbord. Een sherpa kent de kneepjes van het vak, maar blijft zelf op de achtergrond. Dat is in mijn job niet anders: ik ben de rechterhand van creatievelingen, maar ik hoef niet zo nodig zelf een podium op. 

Buiten de schijnwerpers: is dat de plek waar jij je het beste voelt?

Eigenlijk wel. Ik speel al heel mijn leven tweede viool, letterlijk! (lacht) Echt waar, ik speel tweede viool in een barokensemble. Ik heb me altijd al goed gevoeld in die rol. De primadonna uithangen interesseert mij niet. Ik vind het net tof om anderen tot hun volle potentieel te laten komen.

Als mijn ouders nieuwe stoelen moesten uitkiezen voor in hun interieur, dan wou ik daar als klein jongetje absoluut mijn zegje in hebben. En ze luisterden! (lacht).

Je klanten zijn één voor één creatief bezig binnen het visuele domein. Toeval, of heb jij daar een zwak voor?

Ik heb inderdaad nog niet voor muzikanten of dansers gewerkt. Weet je, als kind was ik al gefascineerd door design, architectuur en kunst. Mijn ouders waren geen fanatieke kunstfreaks, maar we bezochten wel vaak samen een tentoonstelling. Dat voedde mijn liefde voor het visuele. Die is er eigenlijk altijd al geweest. Als mijn ouders nieuwe stoelen moesten uitkiezen voor in hun interieur, dan wou ik daar als klein jongetje absoluut mijn zegje in hebben. En ze luisterden! (lacht). Mijn beste vriend op de middelbare school kwam ook uit een kunstminnend nest. Hij nam me als tiener mee op sleeptouw langs galerieën en musea. En we zijn dat blijven doen, tot op vandaag.

timvanheers2

Droomde je er als kind nooit van om zelf kunstenaar te worden?

Ik was gek op logo’s en auto’s ontwerpen en tekenen. Op mijn achttiende heb ik nog architectuurstudies overwogen. Maar al die wiskunde schrok me af. Uiteindelijk zijn het Germaanse talen geworden. Daar kon ik veel kanten mee op. Iets in het bedrijfsleven, zeker geen lesgeven. Ik zou wel zien. Maar had ik toen geweten dat er ook zoiets als grafisch ontwerp bestond, dan had ik waarschijnlijk daarvoor gekozen. Dat was nog meer iets voor mij geweest dan Germaanse talen. 

Mijn allereerste bazin gooide me als volslagen groentje meteen het water in. “Volgende week brainstormen we met de nationale omroep over een naam voor een nieuw tv-programma. Werk jij dat helemaal uit, Tim?” Slik!

Hebben die Germaanse talen je dan van je pad af gebracht?

Niet echt. Ik kwam als uitwisselingsstudent in Duitsland terecht en proefde daar van interculturele communicatie. Zo interessant en zo praktisch toepasbaar in een bedrijf! Na mijn studies Germaanse talen trok ik tegen alle vooroordelen in naar de Vlerick Management School in Gent. Als Germanist was je daar in de richting marketing een buitenbeentje, maar dat vond ik net een uitdaging. Ik slaagde voor het toegangsexamen en het beviel mij daar eigenlijk enorm. Vooral in de communicatieopdrachten voelde ik mij als een vis in het water. Een gastcollege van een trendsettend reclamebureau trok mij over de streep. Een job in de reclame, dat wou ik ook!

Wat trok er jou zo aan in die reclamewereld?

Het creatieve en het conceptuele. Ik ben altijd dol geweest op conceptuele kunst, design en literatuur. Ik solliciteerde bij een Brussels reclamebureau en kon er snel aan de slag als accountmanager corporate communicatie. Mijn allereerste bazin was een fenomeen. Ze was constant de baan op, netwerken, lunchen met klanten, …. Ze gooide me als volslagen groentje meteen het water in. “Volgende week brainstormen we met de nationale omroep over een naam voor een nieuw tv-programma. Werk jij dat helemaal uit, Tim?” Slik! (lacht).

_MG_90140

Ik bracht het er goed van af, en vanaf dan liet ze me opdracht na opdracht in het diepe springen. Al snel kreeg ik de grootste klant van het bureau onder mijn vleugels. Een uitdaging om u tegen te zeggen! Dat waren nog de gouden tijden van de reclame. Ik werd constant gepolst door andere bureaus die mij wilden wegkapen. Maar stilaan begon het bij mij te knagen: “Misschien is dit het toch niet helemaal”.

Ik heb meer dan eens mijn keuze voor de overheid moeten verdedigen. Zelf kende ik natuurlijk ook alleen maar de clichés. Ambtenaren zijn toch traag en inefficiënt, niet?

Wanneer wist je zeker “dit is het toch niet”?

Ongeveer na anderhalf jaar kreeg ik een soort ingeving van bovenaf (lacht). We hielden voor een telecomgigant een brainstorming over de lancering van het zoveelste nieuwe telefoonmodel. Een hele dag wilde ideeën spuien voor flitsende acties. Terwijl ik niet overtuigd was van het product. Plots was het alsof ik mezelf van bovenaf zag: “Wat zit ik hier eigenlijk te doen?”. Toen wist ik dat ik weg moest. Het strategische was ik heel erg tof gaan vinden. Vanuit de coulissen kunnen mee sturen: heerlijk! Toen er een plaats vrijkwam op het communicatiedepartement van de Vlaamse overheid heb ik niet geaarzeld. Het beleid mee helpen uitstippelen en grote campagnes begeleiden: dat was mij op het lijf geschreven. 

timvanheers

Wat een spagaat, overstappen van de hippe reclame naar de onhippe overheid!

Mijn omgeving fronste ook de wenkbrauwen. Ik heb meer dan eens mijn keuze moeten verdedigen. Zelf kende ik natuurlijk ook alleen maar de clichés. Ambtenaren zijn toch traag en inefficiënt, niet? En een job aan de overheid was in die tijd nu ook niet meteen zo cool als nu. Maar tijdens de sollicitatieprocedure moest ik mijn beeld van de ambtenarij bijstellen. De gesprekken waren openhartig, ik kreeg altijd snel feedback, de organisatie kwam superprofessioneel over. Alle lichten sprongen op groen.

Ik ben er uiteindelijk 7 jaar gebleven. In die tijd evolueerde mijn job van uitvoerend naar meer strategisch, met 5 medewerkers onder mijn verantwoordelijkheid. Ik ontpopte me er ook tot expert in sociale media en probeerde de overheid een eigentijds gezicht aan te meten.

Waren er momenten dat je twijfelde aan je switch naar de ambtenarij?

Ik ben wel een paar keer terug gezogen naar ‘the dark side’ (lacht). In mijn beginjaren aan de overheid bleef ik af en toe in de reclamewereld solliciteren. Ik heb zelfs op het punt gestaan om partner te worden in een bureau. Ik ben nu eenmaal leergierig en val niet graag stil. Na een tijdje vloog ik aan de overheid toch een beetje op automatische piloot. Maar er was altijd wel iets dat me tegenhield om op te stappen. Ik voelde me er toch erg betrokken bij mijn afdeling, met zoveel getalenteerde mensen. 

Ik was gaandeweg zoveel liefde gaan voelen voor dat product, die plek en de mensen erachter. Eén ding was zeker: ik wou absoluut verder in die wereld.

_MG_9137

Je spreekt met zoveel warmte over de overheid. En toch koos je na 7 jaar voor je eerste grote liefde: de wereld van kunst en design. Hoe is die ommezwaai er gekomen?

Mijn passie voor design en architectuur was niet gaan liggen. Ik ben altijd blijven lezen en rondneuzen. Zo raakte ik op een bepaald moment gefascineerd door het leven en werk van de Gentse ontwerper Maarten Van Severen. Mijn zoektocht naar een stoel van hem – ja, de stoel die je hier in de hoek van de kamer ziet staan – bracht me op een stockverkoop van een klein West-Vlaams interieurbedrijf in Proven bij Poperinge. Het bedrijf was een echte pionier: het bracht als een van de eersten modern design naar Vlaanderen. Ik liep er de baas tegen het lijf. Zo’n inspirerende figuur met een ongelooflijk gevoel voor verfijning.

Het klikte en ik wist meteen: “met hem wil ik samenwerken”. En voor ik het goed en wel besefte, was mijn sollicitatiebrief de deur uit en werd ik zelfstandige in bijberoep om hen een paar uur per week te helpen met hun communicatie. Na m’n uren, of op een vrije dag. Ik heb er enorm veel opgestoken. Die man werd mijn mentor. We voerden eindeloze gesprekken. Ik ben vaak ’s avonds laat in het donker van Proven terug naar Gent gereden.

Maar daar kwam een einde aan?

Met pijn in het hart. Twee jaar hebben we samengewerkt, met succes. We krikten de communicatie van het merk op en we zagen het aantal verkooppunten verdubbelen.  Het ging de goede kant op. Tot het moederbedrijf failliet ging en ook het Van Severen-merk daarin werd meegesleurd. Ik was er niet goed van. We waren zoiets moois aan het opbouwen. En ik was gaandeweg zoveel liefde gaan voelen voor dat product, die plek en de mensen erachter. Eén ding was zeker: ik wou absoluut verder in die wereld. 

Ik kende alleen de voorkant van dat kunstwereldje, de achterkant was nieuw voor mij. Maar Kris schonk mij meteen zijn volste vertrouwen: “Ik moet jou niet zeggen wat je moet doen, doe maar wat jij juist vindt.”

_MG_9201

Hoe heb je dat aangepakt om je eerste stappen te zetten in de kunstwereld?

Ik maakte een lijstje van alle mensen die mij verder zouden kunnen helpen. Een van hen was Moniek Bucquoye, grande dame van het Belgische design en leading lady van Interieur. Ik trok mijn stoute schoenen aan en mailde haar: “Ik wil graag met u een hapje eten om wat vragen te stellen”. En tot mijn verbazing stemde ze in! “Wat wil je doen”, vroeg ze me, “schrijven, research, zelf ontwerpen?” Ik wist het toen zelf nog zo goed niet. Alles boeide me. Nauwelijks 2 dagen later belde ze me op. Of ik persteksten voor Interieur kon schrijven. Met haar hulp ben ik eraan begonnen. En ze was zo tevreden dat ze me aan een bevriende trendresearcher aanbeval. Voor haar begon ik te schrijven en ging ik geleidelijk aan ook onderzoek doen. Vandaag werken we nog altijd samen. 

Wie of wat gaf jou dat laatste duwtje in de rug om voltijds voor je passie te gaan?

Kris Martin, een bevriende kunstenaar. In 2014 trok hij me op een nieuwjaarsfeestje de keuken in: “Tim, ik moet je iets vragen. Ik heb iemand nodig die iets kent van communicatie, kan organiseren, affiniteit met kunst heeft, Duits en Engels spreekt, en kan omgaan met ego’s. En ik dacht aan jou!” Hij wou zich op zijn werk focussen, al de rest kostte hem te veel tijd. Ik vroeg bedenktijd. Een jaar lang hebben we met elkaar gepraat. Het leek me zeer spannend maar ook moeilijk, ik wou daar niet onbezonnen in duiken. Maar na dat jaar was ik er klaar voor.

_MG_9172

Onze samenwerking liep al snel vlot. Hij was zeer tevreden en ik kon weer volop bijleren. Ik kende alleen de voorkant van dat kunstwereldje, de achterkant was nieuw voor mij. Maar Kris schonk mij meteen zijn volste vertrouwen: “Ik moet jou niet zeggen wat je moet doen, doe maar wat jij juist vindt.” Weer zo’n inspirerende figuur die me het water in gooide!

Werkte je toen nog aan de overheid?

Ja, dat was nog in bijberoep. Maar anderhalf jaar geleden kreeg ik het allemaal niet meer gecombineerd en ben ik gestopt aan de overheid. Ik werd zelfstandige in hoofdberoep en bedacht het concept van de ‘sherpa for creatives’.

Hoe vaak maak je het mee dat je in een eeuwenoud bed moet klauteren? Of dat je aan tafel bediend wordt zoals in Downton Abbey? (lacht)

Je bent nu anderhalf jaar ‘sherpa voor creatievelingen’. Hoe kijk je terug op die periode?

Zeer positief. “Nu ben ik écht aan het bijleren” is het gevoel dat overheerst. Nog nooit in mijn carrière heb ik al mijn talenten zo optimaal kunnen inzetten als nu. Neem bijvoorbeeld mijn werk als studiomanager voor Kris Martin: daar komen al mijn skills van pas. Op een dag zei hij: “Je hebt jezelf onmisbaar gemaakt”. Dat was voor mij een geweldig compliment. Ik wil natuurlijk nog verder groeien, maar dat is wat aftasten. Hoeveel klanten kunnen er nog bij? Welke klanten zijn de juiste? Ik moet daar nog mijn draai in vinden.

_MG_9100

De vrijheid om te doen wat ik wil vind ik fantastisch. Ik heb nu ook de ruimte om eigen projecten op te zetten. Met mijn goede vriendin Rozemarijn run ik bijvoorbeeld #artshizzle. We ontwikkelen samen creatieve museumtours voor bedrijven. Het leuke en culturele alternatief voor een touwenparcours-teambuilding, zeg maar. Daar speel ik voor de verandering geen tweede viool, maar ben ik co-founder en co-owner. Ook daar kan ik mijn skills volop inzetten. Rozemarijn is een vat vol creativiteit, ik ben haar reality check en hou me bezig met het praktische en strategische.

Je job brengt je ongetwijfeld op bizarre plekken met memorabele figuren. Welke ervaring blijft je altijd bij?

Er zijn er zoveel! Vorig jaar was ik met Kris een avond te gast bij een Duitse adellijke familie. De curator van hun kunstverzameling had hem uitgenodigd voor een soloshow, en we moesten die voorbereiden. Ik heb mijn ogen daar uitgekeken. Het kasteel was vooral ingericht met renaissancemeubelen, fantastisch gewoon. Hoe vaak maak je het mee dat je in een eeuwenoud bed moet klauteren? Of dat je aan tafel bediend wordt zoals in Downton Abbey? (lacht) Maar dan raak je aan de praat met die mensen en besef je dat zij ook in de wereld van vandaag leven. Zij beheren hun patrimonium zoals een moderne onderneming, én met de nodige humor en zelfrelativering. Sissi is daar ver weg!

Soms lijkt mijn job meer op een film, dat is waar. Maar heel vaak zit ik ook gewoon alleen thuis, achter mijn computer, verdiept in een dossier en met een flinke dosis deadlinestress.

Waar geniet je zelf het meeste van?

Van al die onconventionele mensen die mijn pad kruisen. Ik ervaar het als een voorrecht om met iemand als mijn vriendin Rozemarijn te mogen samenwerken, of met creatievelingen in contact te komen. Zij kijken anders naar de dingen en blijven ondertussen keihard zichzelf. Meegenomen worden in hun wereld is voor mij het summum. En ja, dat brengt ons soms op plekken waar ik nooit van had kunnen dromen. Maar heel vaak zit ik ook gewoon alleen thuis, achter mijn computer, verdiept in een dossier en met een flinke dosis deadlinestress.

Je eerste bazin, de eigenaar van het West-Vlaamse interieurbedrijf, kunstenaar Kris Martin. Telkens weer waren het bijzondere mensen als zij die je loopbaan een nieuwe impuls hebben gegeven. Waar zou je vandaag staan zonder hen?

Geen idee. Ik geloof gewoon heel erg in dat soort kansen. Ik heb er een goeie neus voor. Bij mij draait het gek genoeg altijd rond mensen. Vreemd, want ik vind mezelf niet zo supersociaal.

Vroeger wist ik niet goed wat nu eigenlijk mijn sterkte was, ik kon van alles wat. Daar worstelde ik wel mee. Het is toch makkelijker in onze maatschappij als je ergens in gespecialiseerd bent. Iemand zei me “Misschien moet je gewoon je zwak volgen in plaats van je sterkte. Dat waar je altijd naartoe getrokken wordt”. Mijn zwak? Dat is kunst, architectuur, design, … En ik ben mijn zwak gevolgd. Al is het niet altijd makkelijk. Maar ik heb wel geleerd om mijn stoute schoenen aan te trekken en kansen af te dwingen. Op een beleefde manier. Want als je beleefd blijft, kom je vaak heel ver. Mijn moeder zei vroeger altijd: “Met de hoed in de hand komt men door het ganse land” (lacht). En het is waar!

www.tenzingwilson.com
www.artshizzle.be

(interview & foto’s: Wendy Rosseel – september 2016)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *