Soms rol je in een job door de liefde. En soms rol je er door diezelfde liefde ook weer uit. Sybille Coppens kan erover meespreken. Een kwarteeuw lang is de slagerij van haar man haar leven. Tot hij zijn schort aan de haak hangt en zij het uniform van medisch secretaresse aantrekt.

Sybilles nieuwe witte jasje? Dat zit haar als gegoten. Al was het in het begin best wennen, daar op het secretariaat oncologie van het Gentse Maria-Middelaresziekenhuis. Aan de verhalen van lotgenoten, want zelf kreeg ze ook al twee keer kanker. Aan een job in loondienst in de schoot van een grote organisatie. Dat ook. Maar vooral aan een werkweek met veel meer vrije tijd. “Ik heb nu veel meer rust dan vroeger. En toch geniet ik er minder van dan toen”, beseft ze.

WIE IS SYBILLE COPPENS? 50 jaar | vroeger: slagersvrouw | nu: medisch secretaresse | diploma: medisch secretariaat | gehuwd met Albin, 3 kinderen | woont in Laarne, werkt in Gent (BE)
WIE IS SYBILLE COPPENS? 50 jaar | vroeger: slagersvrouw | nu: medisch secretaresse | diploma: medisch secretariaat | gehuwd met Albin, 3 kinderen | woont in Laarne, werkt in Gent (BE)
Hoe vanzelfsprekend was het voor jou om als jonge twintiger je job bij een oogarts op te geven voor een leven in de slagerij van je man?

Op mijn zeventiende werd ik in de jeugdbeweging verliefd op Albin. Ik wist wel dat hij voorbestemd was voor het slagersvak, net als zijn vader en grootvader. Maar ik stelde me daar toen nog geen grote vragen bij. We kenden elkaar pas, we zouden wel zien. Maar onze relatie hield stand. En ik begon een toekomst als slagersvrouw vanzelfsprekend te vinden. Mijn moeder had een kledingzaak, ik kende het leven als zelfstandige. Na mijn studies medisch secretariaat ben ik eerst nog anderhalf jaar bij een oogarts gaan werken. Maar ik wist toen al dat ik samen met Albin de slagerij van zijn vader zou overnemen. 

Mijn man durfde zijn vader amper op te biechten dat we de slagerij zouden sluiten voor onze huwelijksreis (lacht).

Voelde je je meteen thuis in het slagersvak?

Eigenlijk wel. Ik ben natuurlijk eerst avondlessen gaan volgen. “Cursussen voor dames van slagers”, heette dat toen (lacht). Leuk vond ik dat, vooral het contact met al die andere jonge vrouwen die hun carrière opzijschoven voor hun man. Verpleegsters, onderwijzeressen, …: ik was daar niet de enige.

Ik hoor het een klant nog plagerig zeggen: “Sybille, jij moet Albin wel zeer graag zien om in zo’n klein, ouderwets beenhouwerijtje te willen beginnen!” De zaak ging van vader op zoon, al twee generaties lang. Een koeltoog van amper twee meter met vers vlees en wat charcuterie, meer was het niet toen wij de slagerij overnamen. Maar al na één jaar verbouwden we ze tot een moderne winkel met alles erop en eraan. En ik bleef ons aanbod maar uitbreiden en vernieuwen. Dan porde ik mijn man aan: “Zouden we geen delicatessenmanden introduceren? En wokschotels?” Geen kat die dat kende in die tijd. Mensen reden soms 40 kilometer om ze bij ons te kopen (lacht). Ik ben onze bereidingen al die jaren ook zelf blijven maken. Met hart en ziel. Ik kon daar al mijn creativiteit in kwijt.

Je ogen blinken van trots als je eraan terugdenkt. Je was echt de leading lady van de slagerij!

Ik heb altijd meer passie gevoeld voor de slagerij dan mijn man. Op school was hij niet de gelukkigste student. Maar zijn vader was chronisch hart- en longpatiënt en had een opvolger nodig. In die tijd deed je ook gewoon wat je ouders van je verwachtten. Dus trok Albin naar de slagersschool, niet meteen een plek waar hij zich thuis voelde. Ik bewonder hem voor zijn enorme plichtsbewustzijn. Hij heeft het toch maar 25 jaar volgehouden. Chapeau!

Dan stond ik tussen de chemokuren in met mijn sjaaltje in de winkel. Maar eerlijk? Ik had ’s ochtends vaak meer zin om gewoon in bed te blijven.

Ik heb na al die tijd maar van één iets spijt: we hadden personeel moeten aanwerven. Hulp durven vragen in plaats van alles met ons tweetje te beredderen. Het slagersleven, dat was keihard werken, van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat. Dat hoorde gewoon zo! Nu we eruit gestapt zijn, durf ik daar vraagtekens bij plaatsen. Toen niet. Mijn schoonvader had nooit één dag zijn winkel gesloten. Wie waren wij om te klagen over het werkritme? Stel je voor, mijn man durfde zijn vader amper op te biechten dat we de slagerij zouden sluiten voor onze huwelijksreis (lacht).

carrièreswitcher

Zelfs toen je borstkanker kreeg, bleef je keihard werken?

Als ik daar nu aan terugdenk, besef ik ook wel dat dat eigenlijk niet verantwoord was. Maar ik kon niet stoppen. We hadden geen personeel om in te springen. Ik ben elke dag blijven werken. Dan stond ik tussen de chemokuren in met mijn sjaaltje in de winkel. Maar eerlijk? Ik had ’s ochtends vaak meer zin om gewoon in bed te blijven. Toch werkte ik elke dag tot halfvier, en haalde dan na een kort middagdutje onze drie zonen van school. Die waren toen tussen 10 en 17 jaar. Alle verse bereidingen, de winkel, het huishouden, de schoonmaak ’s avonds, …: het was loodzwaar.

Wie verplichtte ons om alles en iedereen in de steek te laten? We konden ons leven evengoed in ons eigen dorp compleet omgooien.

Was je ziekte een keerpunt?

Het was zeker een moment waarop mijn man en ik ons vragen begonnen te stellen. “Is dit het nu? Houden we dit vol tot ons pensioen? Willen we dat wel?” Maar mijn man kon de slagerij toen nog niet loslaten. Hij was erin opgegroeid! En wie weet wou een van onze zonen de zaak later wel overnemen?

Nu ik vanop een afstand terugblik, denk ik dat we het uitputtende werkritme toen eigenlijk al lang beu waren. Maar dan kwam het jaarlijkse verlof er weer aan. Even weer de batterijen opladen, en terug thuis nog maar eens een nieuw idee voor de winkel lanceren. We vonden altijd weer nieuwe energie om niet op te geven. Al kon het ons op drukke momenten soms echt te veel worden. Dan wou mijn man emigreren, weg van alles! Naar Canada of Noorwegen, onze favoriete vakantiebestemmingen. Maar ik kon hem dat telkens uit het hoofd praten. Wie verplichtte ons om alles en iedereen in de steek te laten? We konden ons leven evengoed in ons eigen dorp compleet omgooien.

_MG_0002

Maar toen ontdekte je man zijn échte passie…

Eigenlijk was het al eerder beginnen te kriebelen. Een paar jaar voor ik kanker kreeg, kocht hij een stuk bouwgrond om er appartementen op te bouwen. En ik wist toen al dat het niet bij dat ene project zou blijven. Na sluitingstijd hing hij zijn schort aan de haak, douchte, en fietste naar de werf. Ik zag hem echt weer opleven. Coördineren, opvolgen, overleggen met kandidaat-kopers, … hij leek ervoor in de wieg gelegd. Overal kreeg hij veel lof voor zijn aanpak. De vastgoedmicrobe had hem stevig te pakken. Maar de slagerij opgeven kon hij toen nog niet. “Op mijn veertigste beslis ik,” beweerde hij altijd, “de slagerij verderzetten of stoppen en projectontwikkelaar worden.”

Uiteindelijk bleek hij pas op zijn vijftigste klaar om uit het slagersvak te stappen. Wat heeft toen de doorslag gegeven?

Een combinatie van dingen. De grote supermarkten wonnen aan populariteit. De druk om niet langer ambachtelijk te werken nam toe. Maar geen haar op ons hoofd dat eraan dacht om voor het snelle geld van opgespoten vlees of puree uit zakjes te zwichten. Onze kwaliteit was ons heilig! En ondertussen werden de kinderen ook ouder en gingen ze zich steeds meer vragen stellen bij ons helse levensritme. Vergeet niet dat ze achter de schermen ook mee moesten helpen. Afwassen, poetsen, af en toe vlees op de fiets gaan leveren bij klanten, … ze draaiden mee in de mallemolen. Tot ze vonden dat we beter verdienden en moesten stoppen.

Toegegeven, we hadden dan financieel misschien wel de ruimte voor zo’n drastische ommezwaai. Maar ook voor ons was het een moeilijke knoop om door te hakken. Zo’n gigantische stap uit onze comfortzone!

Mijn man had ondertussen zijn derde vastgoedproject in de steigers staan. En dat was zo’n succes dat hij er vertrouwen uit putte voor de toekomst. “De vraag naar nieuwbouwappartementen is zo groot. Laat ons nu stoppen, Sybille!”, klonk het vijf jaar geleden op kerstavond. Ik zie ons daar nog allebei aan de feesttafel zitten, doodop. We hadden het helemaal gehad. En nu zijn ouders ondertussen overleden waren, was hij helemaal klaar om de band met de familieslagerij door te knippen. 

Je man stond al met één been in zijn nieuwe job. Wist jij toen meteen welke richting jij zelf uit wou?

Zeker niet het vastgoed in, dat interesseert mij niet genoeg. Ik hielp mijn man wel met de administratie rond zijn bouwprojecten. Maar ik wou deze keer echt mijn eigen weg inslaan. De keuze om opnieuw met mijn diploma medisch secretariaat aan de slag te gaan, was eigenlijk snel gemaakt. Tijdens mijn kankerjaar heb ik in de wachtzaal van het ziekenhuis vaak gedacht: “Ik zie mij hier eigenlijk nog werken, dat zou écht iets naar mijn hart zijn.” Mijn man vond dat ook en hij moedigde me aan om te solliciteren.

_MG_0047

Wat vond jullie omgeving van jullie plannen?

Niemand had er weet van. Alleen de zus van mijn man namen we in vertrouwen. Zij kende de human resources-wereld door en door. “Doen! Als je iets anders wil, dan moet je nú je kans grijpen. Na je vijftigste is het te laat!” Ze maakte er ook geen punt van dat daarmee een einde zou komen aan het slagersverhaal van drie generaties. Haar steun was het laatste duwtje in de rug dat we nodig hadden.

Nadien vonden mensen vaak dat we veel geluk hadden gehad, mijn man en ik. “Zomaar nieuw werk vinden!” Maar daar was weinig geluk mee gemoeid. Noch mijn man noch ik kregen onze nieuwe job in de schoot geworpen. Hij heeft zich moeten bewijzen met zijn drie eerste vastgoedprojecten. En ik moest na al die jaren weer gaan solliciteren. Toegegeven, we hadden dan financieel misschien wel de ruimte voor zo’n drastische ommezwaai. Maar ook voor ons was het een moeilijke knoop om door te hakken. Zo’n gigantische stap uit onze comfortzone!

Pas dan besefte ik dat één geslaagde sollicitatie het einde van de slagerij kon inluiden. Waar was ik aan begonnen?

Na 25 jaar in je eigen zaak plots weer moeten solliciteren: hoe vlotte dat?

Moeilijk. En met angst voor vooroordelen. Logisch, ik was er 25 jaar uit! Ik was altijd wel avondles blijven volgen: Excel, Spaans, … die prikkels had ik ondanks de drukte in de slagerij nodig. Maar mijn cv was geen aaneenschakeling van secretariaatsjobs. Ik stuurde spontaan brieven naar tal van ziekenhuizen en tandartspraktijken uit de streek. Maar overal kreeg ik het deksel op de neus.

Tot de dienst endocrinologie-geriatrie-oncologie van het Maria Middelaresziekenhuis in Gent een parttime secretaresse zocht. Uitgerekend de afdeling waar ik zelf patiënte ben. En ik mocht op gesprek! “Sybille, wat doe je hier toch? Sta recht en ga naar huis”, hoorde ik mezelf denken in de wachtzaal. Pas dan besefte ik dat één geslaagde sollicitatie het einde van de slagerij kon inluiden. Waar was ik aan begonnen? En dan nog net voor ons verlof. We zouden nog diezelfde week op skivakantie vertrekken met een bevriend koppel. Toen de telefoon een paar dagen later rinkelde, hoopte ik zelfs stiekem dat ze me niet zouden uitnodigen voor een tweede sollicitatieronde. Dan kon ik die grote beslissing nog wat voor me uitschuiven. Maar ze wilden me wel (lacht). “Kom je na je verlof een dag meedraaien op proef?”, klonk het tot mijn grote verbazing.

_MG_0064

Dat moet wel een zeer bijzondere skivakantie geweest zijn …

Het waren twee bizarre weken van veel praten en tobben. Al de eerste avond luchtten we ons hart bij onze vrienden die mee reisden. Zij vonden meteen dat we de stap naar een nieuw leven moesten zetten. Om vijf uur ’s ochtends lagen mijn man en ik in bed te piekeren en te cijferen. Konden we de sprong financieel wel aan? Onze slagerij leverde elke dag inkomsten op, terwijl mijn man op projectbasis moest leren werken, en dus verdienen. En zelf zette ik met het loon van een deeltijds secretaresse een stapje terug. Zouden onze drie zonen niets tekortkomen? Rekenen en nog es rekenen. Tot we samen besloten ervoor te gaan. Ik zou een dag op proef meedraaien in het ziekenhuis. Al halfweg die dag bood mijn baas mij de job aan. “Het is nu of nooit”, wisten we thuis. Ik tekende mijn contract, en annuleerde alle geplande leveringen voor onze slagerij die normaal later die week opnieuw zou openen. Veertien dagen later startte ik in het ziekenhuis. De winkel bleef voorgoed dicht.

Nu hebben we elkaar veel meer te vertellen. Onze wereld is veel groter geworden.

Hoe was het om zo abrupt afscheid te nemen van jullie slagerij?

Mijn man en ik liepen thuis allebei rond als een kip zonder kop. We hadden plots twee extra weken verlof, maar echt genieten konden we niet. “Wat hebben we nu gedaan?” Pas dan drong het echt tot ons door. Onze klanten reageerden vol ongeloof. Niemand had dit zien aankomen. Op terugweg van skiverlof had ik in de wagen al een afscheidsbrief geschreven. Die zijn we na onze beslissing bij iedereen in de bus gaan droppen. Een slechte grap volgens de enen, een zorgvuldig voorbereide exit volgens de anderen. Mensen kwamen hier soms al wenend kaartjes en bloemen afgeven.

Het was een onwezenlijke periode. Best zwaar ook, zeker die eerste weken in mijn nieuwe job. De eerste drie maanden werkte ik voltijds. Al die medische termen, weer snel moeten typen, …: alles was nieuw. Ik kwam vaak thuis met een propvol hoofd. En alsof dat nog niet genoeg was, vroeg mijn man me dan ’s avonds nog om een volledig lastenboek voor zijn vastgoedproject uit te tikken (lacht).

_MG_9983

Ondertussen verbouwde je man de zaak annex woning en toverden jullie de winkel om tot slaapkamer. Maar verrassend genoeg bleef de helft van het oude slagersatelier wél bewaard. Was het na al die jaren dan toch lastig om de slagerij volledig los te laten? 

Dat is eerder uit praktische overweging. We zijn zo aan ambacht en kwaliteit gehecht dat we af en toe voor onszelf nog vlees verwerken en bereidingen maken. Maar de slagerij is definitief verleden tijd. We hebben allebei nog geen seconde spijt gehad van onze keuze. Voor mijn man is dat hoofdstuk voorgoed afgesloten. Voor mij niet. Ik denk er nog vaak aan terug: “Nu zou ik nog aan het opruimen zijn, nu zou ik in de weer zijn met mijn voorbereidingen, …” Nog elke vrijdagavond prijs ik me gelukkig dat er ons geen loodzwaar werkweekend meer wacht. We leefden 25 jaar lang op het ritme van de slagerij. Nu kom ik thuis van mijn werk, eten we samen met het gezin en praten we nog wat na. Geen afwas meer in het slagersatelier, geen leveranciers meer die bellen of klanten die na sluitingstijd nog snel iets komen ophalen. Dat was wennen in het begin. 

Nu vloek ik wel es als ik boven mijn kookpotten merk dat ik een ingrediënt mis. Room, mosterd, gemalen kaas? Vroeger haalde ik het gewoon uit het atelier (lacht). 

Nu hebben jullie elk jullie eigen job. Hoe voelt dat, na 25 jaar lief en leed te delen op de werkvloer?

Nu hebben we elkaar veel meer te vertellen (lacht). Onze wereld is veel groter geworden. Mijn man heeft zijn klanten, zijn vaste stielmannen en zijn leveranciers. Ik heb er een team leuke collega’s bij. Al moet ik bekennen dat ik sommige klanten van vroeger wel mis. In onze winkel werd niet geroddeld, maar wél gepraat. Communies, huwelijken, overlijdens, …: we leefden mee met iedereen die over de vloer kwam. De kinderen van klanten waren bevriend met onze kinderen. We hadden met sommigen echt een hechte band.   

Zijn er nog dingen die je soms mist?

(denkt lang na) Niks eigenlijk. Behalve dan misschien het feit dat we vroeger altijd alles in huis hadden. Nu vloek ik wel es als ik boven mijn kookpotten merk dat ik een ingrediënt mis. Room, mosterd, gemalen kaas? Vroeger haalde ik het gewoon uit het atelier (lacht). 

De job van onco-coach lijkt me fantastisch. Maar die is niet weggelegd voor iemand met mijn diploma.

Je werkt nu op de kankerafdeling waar je zelf ook patiënt bent. Krijg je het soms niet moeilijk?

Ja, vooral als ik patiëntenverslagen zie langskomen van vrouwen van mijn leeftijd met een gelijkaardige diagnose. Dan maak ik onbewust de vergelijking: “Oh nee, in hetzelfde jaar als ik behandeld, en nu al hervallen…” Dat weegt soms op me. Maar binnenkort kan ik het beter loslaten. Dan werk ik alleen nog voor endocrinologie en geriatrie. De oncologen verhuizen naar het dagziekenhuis waar de patiënten langskomen voor hun chemotherapie. En ik heb er bewust voor gekozen om die overstap niet te maken en hier te blijven. Die herschikking leek me het ideale moment om wat meer afstand te nemen van de kankerwereld.

Ook al denk ik dat ik met mijn eigen kankerervaring een meerwaarde zou kunnen betekenen voor de patiënten. Ik weet hoe hen moed in te spreken, met welke gevoeligheden rekening te houden, … De job van onco-coach lijkt me fantastisch. Maar die is niet weggelegd voor iemand met mijn diploma. Nee, ik ben blij met mijn keuze om het los te laten. Ik zou mijn collega’s en mijn baas ook missen. Ze zijn super.

_MG_0083

Nu je het over je baas en collega’s hebt: was dat wennen, een grote organisatie met andere regels en gewoontes?

Zomaar de wachtzaal anders inrichten of affiches ophangen, daar vraag je op de dienst toestemming voor. Ik vergat dat in het begin wel eens. Maar ik heb daar al lang geen problemen meer mee. Ik pas mij eigenlijk altijd snel aan in een nieuwe omgeving. En ja, in de slagerij had ik veel meer verantwoordelijkheid. Maar dat hoeft nu allemaal zo nodig niet meer. Ik heb bewust gekozen voor minder druk.

Het nieuwe ritme, dat was pas wennen. Ons werk hield vroeger nooit op. We stonden er mee op en we gingen ermee slapen. Soms maar om twee uur ’s nachts, als kerst eraan kwam en ik weer es tientallen verse feestschotels moest klaarstomen. Nu werk ik af en toe ook eens 20 minuutjes over, maar het is toch anders. Ik rijd naar huis en ik laat mijn secretariaatswerk onderweg los. Of ik zou het moeten loslaten, want er schiet me vaak nog van alles te binnen. De aard van het beestje zeker?

Ik herinner me nog dat ik het eerste volledige weekend vrijaf als secretaresse verloren liep. “Wat doen andere mensen op zondagvoormiddag toch?”, vroeg ik me af. Ik ben toen uit verveling naar de mis gegaan. Echt! (lacht).

Na anderhalf jaar in mijn nieuwe job kreeg ik voor de tweede keer kanker. Amper hersteld van de zware ingreep was ik alweer op post. Totaal onverantwoord eigenlijk. Maar het is sterker dan mezelf. Bij mijn man is dat niet anders. Die eerste maanden na de sluiting van de slagerij stond hij nog elke ochtend om vijf uur op. Hij nam veel te veel hooi op zijn vork. Pas nu slaagt hij erin te doseren en tussen twee projecten in wat gas terug te nemen. Dat moet ook. Ik wil niet dat hij in zijn nieuwe job weer zo geleefd wordt als vroeger.

Je hebt nu veel meer vrije tijd. Hoe vul je die in?

Ik moest echt wennen aan al die vrije tijd! Vroeger werkten we zeven dagen op zeven. ‘s Vrijdags waren we dicht maar dan begonnen we in de slagerij al met de voorbereidingen voor het weekend. En op zondag sloten we ’s middags, maar dan wachtte nog de grote schoonmaak. We telden echt af naar onze vakantie. Ik kon daar zo intens van genieten: samen weg, rustig koken voor heel het gezin, … Of een halve vrije dag op Hemelvaart, dat was voor ons pure luxe. Hoe minder vrije tijd, hoe bewuster je ermee omspringt.

Ik heb nu veel meer rust dan vroeger. En toch geniet ik er veel minder van dan toen. Ik blijf gewoon altijd bezig. Ik herinner me nog dat ik het eerste volledige weekend vrijaf als secretaresse verloren liep. “Wat doen andere mensen op zondagvoormiddag toch?”, vroeg ik me af. Ik ben toen uit verveling naar de mis gegaan. Echt! (lacht). Ik kan niet stilzitten. Vorig jaar heb ik gefietst voor Think Pink: zes dagen lang, telkens 100 kilometer. Trainen, sponsorgeld verzamelen, …: ik stak er veel energie in na mijn werk. En ondertussen bracht ik veel tijd door bij mijn terminaal zieke zus. Er hing thuis een weekplanning op om het allemaal gecombineerd te krijgen. Dit jaar wil ik het rustiger aan doen. Niet volledig stilvallen, maar gewoon drie versnellingen lager schakelen.

_MG_0036

Heb je ooit gedacht: “Waren we er maar eerder uitgestapt?”

Ik ben ervan overtuigd dat we op de juiste momenten in ons leven de juiste beslissingen genomen hebben. Het werk in de slagerij was zwaar, maar ik heb het eigenlijk altijd graag gedaan. En het had ook zijn voordelen voor ons gezin: we waren altijd thuis voor onze zonen als ze van school kwamen. ’s Middags en ’s avonds aten we steevast samen. Ik miste geen enkel oudercontact en stond in examenperiodes voor ze klaar. Hoe druk we het ook hadden, ik wou hen zoveel mogelijk warmte en gezelligheid meegeven. Dus keken we op zaterdagavond samen televisie met een grote stapel belegde broodjes. En op kerstavond ging onze schort na een slopende werkdag uit om aan het Monopoly-spelbord aan te schuiven. Tot we er bijna bij in slaap vielen (lacht).

Wat vinden jullie zonen van jullie carrièreswitch?

Die zijn ook zeer gelukkig met onze beslissing. Zij zagen alleen de nadelen van de slagerij: meehelpen met de afwas, al het opruimwerk, … En dat wij altijd thuis waren was ook maar fijn tot ze begonnen te puberen. “Jullie zijn er nu eens echt áltijd!”, zeurden ze als ze in hun tienerjaren een paar dagen vrij hadden na de examens. Nu kunnen ze ongestoord rondlummelen zonder ma en pa in de buurt (lacht).

(interview & foto’s: Wendy Rosseel – augustus 2017)

2 replies on “Sybille Coppens: slagersvrouw wordt medisch secretaresse

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *